Betekenis van kaak | Babel Free
kaːkDefinities
- het beendergestel dat de mondholte omsluit en waarin de tanden en kiezen geplaatst zijn
- een wang
- een houten of stenen podest, waarop de te straffen misdadigers tentoon werden gesteld
- hard meelgebak
Equivalenten
Català
mandíbula
Dansk
gabestok
Esperanto
mandiblo
Eesti
alalõualuu
Gàidhlig
pìos ìosal a' ghuib
Magyar
állkapocscsont
Հայերեն
կոճղ
Íslenska
neðri kjálki
Italiano
mandibola
Kurdî
kake
Latina
patibulum
Română
butuc
தமிழ்
தாடை
తెలుగు
హనువు
Voorbeelden
“De kaakchirurg onderzocht zijn kaak en constateerde een kleine scheur.”
The jaw surgeon examined his jaw and found a small crack.
“Ze at een ijsje en voelde de kou op haar kaakjes.”
She ate an ice cream and felt the cold on her cheeks.
“De vis had prachtige rode kaken”
The fish had beautiful red gills.
“De dode dolfijn had een aangeboren afwijking en een gebroken kaak.”
“Mijn stem ontneemt anderen dus ook wel eens de gelegenheid om zelf hun mening te laten horen. Soms kwam ik na mijn werk thuis met een stijve kaak van het praten.”
“Hij gaf haar een kus op de kaken.”
ERK-niveau
C1
Gevorderd
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free