HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← praten — definition

Conjugation of praten

Regular CEFR A1
ˈpraːtə(n)

mondeling overleggen, onderhandelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik praat
jij / je praat
hij / zij / het praat
wij / we praten
jullie praten
zij / ze praten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik praatte
jij / je praatte
hij / zij / het praatte
wij / we praatten
jullie praatten
zij / ze praatten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik prate
jij / je prate
hij / zij / het prate
wij / we praten
jullie praten
zij / ze praten
Aanvoegende wijs — verleden
ik praatte
jij / je praatte
hij / zij / het praatte
wij / we praatten
jullie praatten
zij / ze praatten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij praat
jullie (archaïsch) praat

Onbepaalde vormen

Infinitief
praten
Tegenwoordig deelwoord
pratend
Voltooid deelwoord
gepraat

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary