HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kaken — definition

Conjugation of kaken

Regular CEFR C2

een vis van de ingewanden ontdoen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kaak
jij / je kaakt
hij / zij / het kaakt
wij / we kaken
jullie kaken
zij / ze kaken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kaakte
jij / je kaakte
hij / zij / het kaakte
wij / we kaakten
jullie kaakten
zij / ze kaakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kake
jij / je kake
hij / zij / het kake
wij / we kaken
jullie kaken
zij / ze kaken
Aanvoegende wijs — verleden
ik kaakte
jij / je kaakte
hij / zij / het kaakte
wij / we kaakten
jullie kaakten
zij / ze kaakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kaak
jullie (archaïsch) kaakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
kaken
Tegenwoordig deelwoord
kakend
Voltooid deelwoord
gekaakt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary