Betekenis van gaf | Babel Free
/ɣɑf/Definities
enkelvoud verleden tijd van geven
form-of
Voorbeelden
“Ik gaf.”
“Jij gaf.”
“Hij, zij, het gaf.”
“Deze wakkerheid gaf me een autonoom gevoel.”
“Vanaf 1971 was hij elf jaar landelijk politicus, waarvan negen jaar als leider van D66. Als het vleesgeworden redelijk alternatief gaf hij de partij na het vertrek van de flamboyante oprichter Hans van Mierlo een nieuw gezicht.”
ERK-niveau
A1
Beginner
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.