HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van politicus | Babel Free

Zelfstandig naamwoord vrouwelijk
/ˌpoːˈli.ti.kʏs/

Voorbeelden

“De politicus hield een toespraak tijdens de campagne.”

The politician delivered a speech during the campaign.

“De politici debatteerden over verschillende maatschappelijke kwesties.”

The politicians debated various social issues.

“De jonge politica is een veelbelovend lid van het parlement.”

The young politician is a promising member of the parliament.

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk politicus gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten