Betekenis van politicus | Babel Free
/ˌpoːˈli.ti.kʏs/Voorbeelden
“De politicus hield een toespraak tijdens de campagne.”
The politician delivered a speech during the campaign.
“De politici debatteerden over verschillende maatschappelijke kwesties.”
The politicians debated various social issues.
“De jonge politica is een veelbelovend lid van het parlement.”
The young politician is a promising member of the parliament.