Betekenis van biefstuk | Babel Free
ˈbifˌstʏkDefinities
een lap rundvlees, kalfsvlees of paardenvlees van de bovenbil
Equivalenten
Voorbeelden
“Ik neem biefstuk met patat, dat is ook echt Vlaams.”
I will have steak with fries, that is also very Flemish.
“Bak de biefstuk in de pan vlug bruin. Gebruik een vork om de biefstuk in de pan te leggen.”
Fry the steak brown quickly in the pan. Use a fork to lay the steak in the pan.
“Biefstuk moet je niet te lang bakken anders word hij taai.”
“Biefstuk van een paard is extra mals en bevat meer ijzer.”
“Ik bleef maar naar het all-you-can-eatbuffet teruggaan voor meer eten. Er kwam geen einde aan: zalmsalade, pasta, groente, sushi, biefstuk, soep, chocoladetaart, witte chocoladetaart, crème brûlee, vers fruit met room, bier, koffie en whisky.”
ERK-niveau
C1
Gevorderd
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
Zie ook
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free