Betekenis van biefstuk | Babel Free
/ˈbifˌstʏk/Voorbeelden
“Ik neem biefstuk met patat, dat is ook echt Vlaams.”
I will have steak with fries, that is also very Flemish.
“Bak de biefstuk in de pan vlug bruin. Gebruik een vork om de biefstuk in de pan te leggen.”
Fry the steak brown quickly in the pan. Use a fork to lay the steak in the pan.
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.