HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← leggen — definición

Conjugation of leggen

Regular CEFR A2
/ˈlɛɣə(n)/

doen liggen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik leg
jij / je legt
hij / zij / het legt
wij / we leggen
jullie leggen
zij / ze leggen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik legde
jij / je legde
hij / zij / het legde
wij / we legden
jullie legden
zij / ze legden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik legge
jij / je legge
hij / zij / het legge
wij / we leggen
jullie leggen
zij / ze leggen
Aanvoegende wijs — verleden
ik legde
jij / je legde
hij / zij / het legde
wij / we legden
jullie legden
zij / ze legden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij leg
jullie (archaïsch) legt

Onbepaalde vormen

Infinitief
leggen
Tegenwoordig deelwoord
leggend
Voltooid deelwoord
gelegd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary