box
Definities
- een doos
- met name een kast met een of meer luidsprekers, een geluidsbox of luidsprekerbox
- een, vaak van hout gemaakt, min of meer vierkant meubelstuk omlijst door spijlen met een leuning erop waarin een baby of peuter veilig aanwezig kan zijn, een babybox
- deel van een grotere stal waarin één paard kan staan
- een berging horend bij één appartement van een appartementencomplex
- een van de drie categorieën van de inkomstenbelasting
Equivalenten
19 andere talen
Българскикоша́ра
Bosanskiкошара
Danskkravlegård
Ελληνικάπάρκο
Esperantokrablejo
Suomileikkikehä
Hrvatskiкошара
Bahasa Indonesiakerangkeng
Italianobox
Kurdîbox
Polskikojec
Српскикошара
Tiếng Việtcúi
Voorbeelden
“Inkomen uit loonarbeid valt onder box 1.”
Income from salaried work belongs to tax category 1.
“Toen ik de restanten van het eten⟳ dat Josh had achtergelaten, in de hiker box deed, haalde ik er een boek uit dat iemand had achter gelaten.”
“De boxen stonden nog op een hard volume.”
“Uit de boxen schalde 'Ik heb hier een brief voor mijn moeder.'”
“In box 1 zitten⟳ de inkomsten uit loon, in Box 2 inkomsten uit een bedrijf en in Box 3 inkomsten uit vermogen⟳.”
ERK-niveau
C1
Gevorderd
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
Zie ook
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free