HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zitten — definición

Conjugation of zitten

Regular CEFR A1
/ˈzɪtə(n)/

ergens verblijven / ergens verstand van hebben Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zit
jij / je zit
hij / zij / het zit
wij / we zitten
jullie zitten
zij / ze zitten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zat
jij / je zat
hij / zij / het zat
wij / we zaten
jullie zaten
zij / ze zaten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zitte
jij / je zitte
hij / zij / het zitte
wij / we zitten
jullie zitten
zij / ze zitten
Aanvoegende wijs — verleden
ik zate
jij / je zate
hij / zij / het zate
wij / we zaten
jullie zaten
zij / ze zaten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zit
jullie (archaïsch) zit

Onbepaalde vormen

Infinitief
zitten
Tegenwoordig deelwoord
zittend
Voltooid deelwoord
gezeten

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary