Betekenis van zitten | Babel Free
/ˈzɪtə(n)/Voorbeelden
“Ze zaten op de bank.”
They were sitting on the couch.
“Zijn vinger zit tussen de deur.”
His finger is stuck in the door.
“Ik zit in de trein.”
I am on the train.
“Terwijl jij rustig je tijd neemt, zit ik hier voor niets te wachten.”
While you're taking your time, I am waiting here for nothing.
“Ik zit morgen met de projectleider over de verdere implementatie van het verandertraject.”
Tomorrow, I'll have a meeting with the project manager about the further implementation of the transformation process.
“Hij heeft vijftien jaar gezeten.”
He was in prison for fifteen years.