HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← staren — definition

Conjugation of staren

Regular CEFR B2
ˈstaːrə(n)

langdurig naar één punt kijken, soms zonder iets op te merken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik staar
jij / je staart
hij / zij / het staart
wij / we staren
jullie staren
zij / ze staren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik staarde
jij / je staarde
hij / zij / het staarde
wij / we staarden
jullie staarden
zij / ze staarden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik stare
jij / je stare
hij / zij / het stare
wij / we staren
jullie staren
zij / ze staren
Aanvoegende wijs — verleden
ik staarde
jij / je staarde
hij / zij / het staarde
wij / we staarden
jullie staarden
zij / ze staarden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij staar
jullie (archaïsch) staart

Onbepaalde vormen

Infinitief
staren
Tegenwoordig deelwoord
starend
Voltooid deelwoord
gestaard

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary