HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vermogen — definición

Conjugation of vermogen

Regular CEFR B1
/vərˈmoːɣə(n)/

in staat zijn iets te bewerkstelligen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vermag
jij / je vermag
hij / zij / het vermag
wij / we vermogen
jullie vermogen
zij / ze vermogen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vermocht
jij / je vermocht
hij / zij / het vermocht
wij / we vermochten
jullie vermochten
zij / ze vermochten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vermoge
jij / je vermoge
hij / zij / het vermoge
wij / we vermogen
jullie vermogen
zij / ze vermogen
Aanvoegende wijs — verleden
ik vermochte
jij / je vermochte
hij / zij / het vermochte
wij / we vermochten
jullie vermochten
zij / ze vermochten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vermag
jullie (archaïsch) vermoogt

Onbepaalde vormen

Infinitief
vermogen
Tegenwoordig deelwoord
vermogend
Voltooid deelwoord
vermogen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary