HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

peuter

Zelfstandig naamwoord mannelijk CEFR C2 Specialized
ˈpøːtər

Definities

  1. jong kind in de leeftijd van één tot vier jaar
  2. persoon die peutert, peuteraar
  3. stoot, por
  4. lepeltje om het oor te reinigen

Equivalenten

20 andere talen

Voorbeelden

“De peuter brabbelde de hele dag door.”
“- Is de peuter stil geweest? - Ja. Hij is niet wakker geworden. Blijf je nog op?”
“‘Halloo, what! old fellow, ouwe Hollander,’ zei de ‘captain.’ - ‘Never mind! - Jij bent bang, old Dutchman.’ ‘Bang?’ zei Jan, en hij keek den Engelschman vlak in zijn gezicht. ‘Bang? Net zoo min als jij, maar het is mijn plicht om je te waarschouwen.’In dat oogenblik had Jan den Engelschen dikzak graag eenpeuterwillen geven, want hij werd niet graaggeaffronteerd,’ maar als men loods is, mag men tot zulke ‘werktuigelijkheden’ natuurlijk niet overgaan

ERK-niveau

C2
Beheersing
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
See all C2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk peuter gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free