Betekenis van bisschop | Babel Free
ˈbɪ.sxɔpEquivalenten
Voorbeelden
“Hij is al jaren een residerende bisschop.”
“Paus Franciscus heeft zaterdag nieuwe regels uitgevaardigd die het makkelijker moeten⟳ maken⟳ bisschoppen en leiders van religieuze ordes uit het ambt te zetten⟳ die seksueel misbruik door geestelijken hebben⟳ geprobeerd te verhullen⟳ of te bagatelliseren⟳.”
“Myra is een stadje in Lycië, aan de zuidkust van Turkije. Daar hebben⟳ twee bisschoppen gewoond die Nicolaas heetten. De eerste leefde in het begin van de vierde eeuw en de geleerden zijn⟳ het nog steeds niet met elkaar eens of over hem iets met zekerheid kan worden⟳ gezegd.”
“Het tekent Erasmus' grote reputatie, dat nadat Engeland de rooms-katholieke kerk had verlaten⟳, de eerste anglicaanse bisschop van Canterbury, Thomas Cranmer, die in 1533 aantrad, de prebende handhaafde.”
“PS Vandaag 24 km lopen⟳ naar Saint- Privat-d'Allier Het is nu officieel: ik ben geregistreerd als pelgrim! Zojuist kregen we tijdens een korte mis de zegen van de bisschop en nu staat dan ook de eerste stempel in mijn pelgrimspaspoort.”
ERK-niveau
C1
Gevorderd
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
Zie ook
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free