HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← moeten — definition

Conjugation of moeten

Regular CEFR A1
ˈmutə(n)

mogelijk zijn, mogen ww [6], in deze betekenis alleen in de onvoltooid verleden tijd Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik moet
jij / je moet
hij / zij / het moet
wij / we moeten
jullie moeten
zij / ze moeten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik moest
jij / je moest
hij / zij / het moest
wij / we moesten
jullie moesten
zij / ze moesten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik moete
jij / je moete
hij / zij / het moete
wij / we moeten
jullie moeten
zij / ze moeten
Aanvoegende wijs — verleden
ik moeste
jij / je moeste
hij / zij / het moeste
wij / we moesten
jullie moesten
zij / ze moesten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij moet
jullie (archaïsch) moet

Onbepaalde vormen

Infinitief
moeten
Tegenwoordig deelwoord
moetend
Voltooid deelwoord
gemoeten

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary