Betekenis van punt | Babel Free
/pʏnt/Voorbeelden
“De schat ligt op dat punt op de kaart.”
The treasure is located at that point on the map.
“Vanaf dit punt kunnen we de hele stad zien.”
From this point, we can see the entire city.
“Markeer het punt waar de twee lijnen elkaar kruisen.”
Mark the point where the two lines intersect.
“Op een bepaald punt gaf hij op.”
At a certain point, he gave up.
“Tot dat punt was alles goed gegaan.”
Up to that point, everything had gone well.
“Dit is het punt waarop we moeten beslissen.”
This is the point at which we need to decide.
“Wat is het belangrijkste punt van je presentatie?”
What is the main point of your presentation?
“Ik snap je punt niet.”
I don't get your point.
“Ze maakte een interessant punt over klimaatverandering.”
She made an interesting point about climate change.
“Ze scoorde drie punten in de laatste minuut.”
She scored three points in the last minute.
“Hoeveel punten hebben we nu?”
How many points do we have now?
“Met nog één punt kunnen we winnen.”
With just one more point, we can win.
“Ik kreeg 85 punten voor mijn wiskundetoets.”
I got 85 points for my math exam.
“Hoeveel punten heb je nodig om te slagen?”
How many points do you need to pass?
“Ze verloor punten vanwege spelfouten.”
She lost points due to spelling mistakes.
“In de meetkunde is een punt een locatie zonder omvang.”
In geometry, a point is a location with no size.
“Teken een punt A op het papier.”
Draw a point A on the paper.
“Twee punten bepalen een rechte lijn.”
Two points determine a straight line.
“de punt van een naald of mes”
the point of a needle or knife
“de zuidpunt van het eiland”
the southern point of the island
“Zet een punt op de i.”
Put a dot on the i.
“De kaart was bezaaid met punten die belangrijke locaties aangaven.”
The map was dotted with dots indicating important locations.
“Ze tekende een hartje met een kleine punt erin.”
She drew a heart with a little dot inside it.
“Zet een punt aan het einde van de zin.”
Put a full stop at the end of the sentence.
“Ik heb geleerd altijd een punt te gebruiken na een volledige gedachte.”
I've learned to always use a period after a complete thought.
“Ze schrijft vaak lange zinnen zonder een punt.”
She often writes long sentences without a full stop.