HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kruisen — definition

Conjugation of kruisen

Regular CEFR C2
ˈkrœy̯sə(n)

nautical bij het zeilen zigzag bijna tegen de wind varen louvoyer Heen moesten we kruisen, maar terug voeren we voor de wind. A l'aller on a dû louvoyer, mais au retour nous avions le vent en poupe. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kruis
jij / je kruist
hij / zij / het kruist
wij / we kruisen
jullie kruisen
zij / ze kruisen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kruiste
jij / je kruiste
hij / zij / het kruiste
wij / we kruisten
jullie kruisten
zij / ze kruisten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kruise
jij / je kruise
hij / zij / het kruise
wij / we kruisen
jullie kruisen
zij / ze kruisen
Aanvoegende wijs — verleden
ik kruiste
jij / je kruiste
hij / zij / het kruiste
wij / we kruisten
jullie kruisten
zij / ze kruisten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kruis
jullie (archaïsch) kruist

Onbepaalde vormen

Infinitief
kruisen
Tegenwoordig deelwoord
kruisend
Voltooid deelwoord
gekruist

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary