HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← jongen — definition

Conjugation of jongen

Regular CEFR A1
ˈjɔ.ŋə(n)

nageslacht ter wereld brengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik jong
jij / je jongt
hij / zij / het jongt
wij / we jongen
jullie jongen
zij / ze jongen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik jongde
jij / je jongde
hij / zij / het jongde
wij / we jongden
jullie jongden
zij / ze jongden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik jonge
jij / je jonge
hij / zij / het jonge
wij / we jongen
jullie jongen
zij / ze jongen
Aanvoegende wijs — verleden
ik jongde
jij / je jongde
hij / zij / het jongde
wij / we jongden
jullie jongden
zij / ze jongden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij jong
jullie (archaïsch) jongt

Onbepaalde vormen

Infinitief
jongen
Tegenwoordig deelwoord
jongend
Voltooid deelwoord
gejongd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary