Betekenis van lijn | Babel Free
/lɛi̯n/Voorbeelden
“De lijnen in het schilderij waren erg lelijk.”
The lines in the painting were very ugly.
“Honden moeten in het park aan de lijn.”
Dogs must be kept on a leash in the park.
“Mijn kinderen zijn aan de lijn.”
My children are on a diet.
“Hij hangt de broeken aan de lijn.”
He is hanging the trousers on the clothesline.
“Wie heb ik aan de lijn? Hallo, hallo?”
Who is on the line? Hello? Hello?