HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van boot | Babel Free

Zelfstandig naamwoord vrouwelijk CEFR A2 Common
boːt

Definities

  1. klein vaartuig
  2. laars die tot net boven de enkels komt

Equivalenten

English boat

Voorbeelden

“We gaan dit weekend varen op onze nieuwe boot.”

We're going boating on our new boat this weekend.

“De vissers gebruikten hun kleine bootjes om de zee op te gaan.”

The fishermen used their small boats to go out to sea.

“Het eiland is alleen bereikbaar per boot of per helikopter.”

The island is only accessible by boat or helicopter.

“Ik vaar in het weekend met mijn boot.”
“In haar belevenis waren de langsvarende boten immens groot geweest en de golven die zij veroorzaakten reusachtig.”
“Jonge zeehonden: Ollie en Brandy zijn allebei nog jonge zeehonden. Ollie werd half januari gevonden op Schiermonnikoog, pas tien dagen oud, met een abces op zijn rug. Brandy kwam begin maart van Terschelling, met diepe wonden aan zijn flippers. Beiden waren na weken van verzorging gisteren weer fit genoeg om terug te keren naar zee. Ze werden uit hun bassin in Pieterburen gehaald, in kisten gedaan en naar Lauwersoog vervoerd. Vanaf daar voeren ze met de boot naar een zandplaat bij Schiermonnikoog.”
“De boot is voorzien van een brede schapenwollen boord.”

ERK-niveau

A2
Elementair
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
See all A2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk boot gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free