Betekenis van boot | Babel Free
boːtVoorbeelden
“We gaan⟳ dit weekend varen⟳ op onze nieuwe boot.”
We're going boating on our new boat this weekend.
“De vissers gebruikten hun kleine bootjes om de zee op te gaan⟳.”
The fishermen used their small boats to go out to sea.
“Het eiland is alleen bereikbaar per boot of per helikopter.”
The island is only accessible by boat or helicopter.
“Ik vaar in het weekend met mijn boot.”
“In haar belevenis waren⟳ de langsvarende boten⟳ immens groot geweest en de golven⟳ die zij veroorzaakten reusachtig.”
“Jonge zeehonden: Ollie en Brandy zijn⟳ allebei nog jonge zeehonden. Ollie werd half januari gevonden op Schiermonnikoog, pas tien dagen⟳ oud, met een abces op zijn⟳ rug. Brandy kwam begin maart van Terschelling, met diepe wonden⟳ aan zijn⟳ flippers. Beiden⟳ waren⟳ na weken⟳ van verzorging gisteren weer fit genoeg om terug te keren⟳ naar zee. Ze werden uit hun bassin in Pieterburen gehaald, in kisten⟳ gedaan en naar Lauwersoog vervoerd. Vanaf daar voeren⟳ ze met de boot naar een zandplaat bij Schiermonnikoog.”
“De boot is voorzien⟳ van een brede schapenwollen boord.”
ERK-niveau
A2
Elementair
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free