Betekenis van varen | Babel Free
ˈvaː.rə(n)Definities
- zich in een vaartuig voortbewegen
-
onwennig voorkomen, niet meevallen impersonal, obsolete
-
zich voortbewegen obsolete
-
gezegd van iemands gesteldheid in het algemeen obsolete
-
autorijden Limburg
Voorbeelden
“Het schip vaart de haven uit.”
“'Door dat mens van Jans varen er tegenwoordig niet veel dames meer mee, en dat is maar goed ook,' had Nella's vader ooit opgemerkt.”
“Was hun koning, Willem de Veroveraar, niet tijdens een geweldige storm, dankzij de heilige Nicolaas, veilig van Normandië naar Engeland gevaren? Want Nicolaas was in staat de wind en de onstuimige kracht der golven te doen bedaren!”
“Hij voer ten hemel.”
“Jan, Jan, Dubbele Jan, waar zijde gij heen gevaren?”
“Hoe vaart gij nu, mijn kind?”
“Daarnaast varen oudere kinderen intellectueel wel bij het onderwijzen en begeleiden van hun jongere broers of zussen, terwijl hun jongere broertjes of zusjes, juist door die begeleiding, minder worden uitgedaagd om bepaalde problemen zelf op te lossen.”
“Het vaarde hem al te zeer; de eerste, dikke waterstraal uit de bronne was uitgeloopen, en weinig versch water uit den schoot der aarde kwam toe om haar te voeden.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free