HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← varen — definición

Conjugation of varen

Regular CEFR B2
/ˈvaː.rə(n)/

gezegd van iemands gesteldheid in het algemeen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vaar
jij / je vaart
hij / zij / het vaart
wij / we varen
jullie varen
zij / ze varen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik voer
jij / je voer
hij / zij / het voer
wij / we voeren
jullie voeren
zij / ze voeren

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vare
jij / je vare
hij / zij / het vare
wij / we varen
jullie varen
zij / ze varen
Aanvoegende wijs — verleden
ik voere
jij / je voere
hij / zij / het voere
wij / we voeren
jullie voeren
zij / ze voeren

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vaar
jullie (archaïsch) vaart

Onbepaalde vormen

Infinitief
varen
Tegenwoordig deelwoord
varend
Voltooid deelwoord
gevaren

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary