HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← boten — definition

Conjugation of boten

Regular CEFR B2
ˈboːtə(n)

kloppen, slaan Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik boot
jij / je boot
hij / zij / het boot
wij / we boten
jullie boten
zij / ze boten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bootte
jij / je bootte
hij / zij / het bootte
wij / we bootten
jullie bootten
zij / ze bootten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bote
jij / je bote
hij / zij / het bote
wij / we boten
jullie boten
zij / ze boten
Aanvoegende wijs — verleden
ik bootte
jij / je bootte
hij / zij / het bootte
wij / we bootten
jullie bootten
zij / ze bootten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij boot
jullie (archaïsch) boot

Onbepaalde vormen

Infinitief
boten
Tegenwoordig deelwoord
botend
Voltooid deelwoord
geboot

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary