Betekenis van weer | Babel Free
/ʋeːr/Voorbeelden
“Ze probeert weer te stoppen met roken.”
She's trying to quit smoking again.
“Ik moet weer opnieuw beginnen met mijn dieet.”
I have to start my diet again.
“Hij draaide zich om en liep weer terug naar huis.”
He turned around and walked back home.
“Ik moet mijn boek weer naar de bibliotheek brengen.”
I have to take my book back to the library.