HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← stoppen — definition

Conjugation of stoppen

Regular CEFR A1
ˈstɔpə(n)

herstellen (van een gat), meestal door dichtnaaien Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik stop
jij / je stopt
hij / zij / het stopt
wij / we stoppen
jullie stoppen
zij / ze stoppen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik stopte
jij / je stopte
hij / zij / het stopte
wij / we stopten
jullie stopten
zij / ze stopten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik stoppe
jij / je stoppe
hij / zij / het stoppe
wij / we stoppen
jullie stoppen
zij / ze stoppen
Aanvoegende wijs — verleden
ik stopte
jij / je stopte
hij / zij / het stopte
wij / we stopten
jullie stopten
zij / ze stopten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij stop
jullie (archaïsch) stopt

Onbepaalde vormen

Infinitief
stoppen
Tegenwoordig deelwoord
stoppend
Voltooid deelwoord
gestopt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary