HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← roken — definition

Conjugation of roken

Regular CEFR B1
ˈroːkə(n)

conserveren door langdurige blootstelling aan rook. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik rook
jij / je rookt
hij / zij / het rookt
wij / we roken
jullie roken
zij / ze roken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik rookte
jij / je rookte
hij / zij / het rookte
wij / we rookten
jullie rookten
zij / ze rookten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik roke
jij / je roke
hij / zij / het roke
wij / we roken
jullie roken
zij / ze roken
Aanvoegende wijs — verleden
ik rookte
jij / je rookte
hij / zij / het rookte
wij / we rookten
jullie rookten
zij / ze rookten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij rook
jullie (archaïsch) rookt

Onbepaalde vormen

Infinitief
roken
Tegenwoordig deelwoord
rokend
Voltooid deelwoord
gerookt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary