HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← voorzien — definition

Conjugation of voorzien

Regular CEFR B1
vɔːr.'zin

~ van: de beschikking geven over, als onderdeel aanvullen met Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik voorzie
jij / je voorziet
hij / zij / het voorziet
wij / we voorzien
jullie voorzien
zij / ze voorzien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik voorzag
jij / je voorzag
hij / zij / het voorzag
wij / we voorzagen
jullie voorzagen
zij / ze voorzagen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik voorzie
jij / je voorzie
hij / zij / het voorzie
wij / we voorzien
jullie voorzien
zij / ze voorzien
Aanvoegende wijs — verleden
ik voorzage
jij / je voorzage
hij / zij / het voorzage
wij / we voorzagen
jullie voorzagen
zij / ze voorzagen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij voorzie
jullie (archaïsch) voorziet

Onbepaalde vormen

Infinitief
voorzien
Tegenwoordig deelwoord
voorziend
Voltooid deelwoord
voorzien

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary