HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← wonden — definition

Conjugation of wonden

Regular CEFR B1
ˈwɔndə(n)

meervoud verleden tijd van winden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik wond
jij / je wondt
hij / zij / het wondt
wij / we wonden
jullie wonden
zij / ze wonden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik wondde
jij / je wondde
hij / zij / het wondde
wij / we wondden
jullie wondden
zij / ze wondden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wonde
jij / je wonde
hij / zij / het wonde
wij / we wonden
jullie wonden
zij / ze wonden
Aanvoegende wijs — verleden
ik wondde
jij / je wondde
hij / zij / het wondde
wij / we wondden
jullie wondden
zij / ze wondden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij wond
jullie (archaïsch) wondt

Onbepaalde vormen

Infinitief
wonden
Tegenwoordig deelwoord
wondend
Voltooid deelwoord
gewond

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary