HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beiden — definición

Conjugation of beiden

Regular CEFR A2
/ˈbɛi̯.də(n)/

treuzelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beid
jij / je beidt
hij / zij / het beidt
wij / we beiden
jullie beiden
zij / ze beiden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beidde
jij / je beidde
hij / zij / het beidde
wij / we beidden
jullie beidden
zij / ze beidden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beide
jij / je beide
hij / zij / het beide
wij / we beiden
jullie beiden
zij / ze beiden
Aanvoegende wijs — verleden
ik beidde
jij / je beidde
hij / zij / het beidde
wij / we beidden
jullie beidden
zij / ze beidden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beid
jullie (archaïsch) beidt

Onbepaalde vormen

Infinitief
beiden
Tegenwoordig deelwoord
beidend
Voltooid deelwoord
gebeid

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary