HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← huizen — definición

Conjugation of huizen

Regular CEFR B1
/ˈhœyzə(n)/

een verblijfplaats verschaffen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik huis
jij / je huist
hij / zij / het huist
wij / we huizen
jullie huizen
zij / ze huizen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik huisde
jij / je huisde
hij / zij / het huisde
wij / we huisden
jullie huisden
zij / ze huisden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik huize
jij / je huize
hij / zij / het huize
wij / we huizen
jullie huizen
zij / ze huizen
Aanvoegende wijs — verleden
ik huisde
jij / je huisde
hij / zij / het huisde
wij / we huisden
jullie huisden
zij / ze huisden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij huis
jullie (archaïsch) huist

Onbepaalde vormen

Infinitief
huizen
Tegenwoordig deelwoord
huizend
Voltooid deelwoord
gehuisd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary