Betekenis van baasje | Babel Free
ˈbaʃəDefinities
verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord baas
form-of
Voorbeelden
“Mark is een vrolijk Haags baasje met rode koontjes en een slecht geheugen.”
Mark is a jolly lad from The Hague with ruddy cheeks and poor memory.
“Wie is het baasje van deze mopshond?”
Who is the owner of this pug?
“De hond vermoedt dat die ernst, je zou het zelfs intelligentie kunnen noemen, die hij bij andere honden niet of nauwelijks bespeurt, bij hem is teweeggebracht doordat wijlen zijn baasje, een in ongenade geraakte historicus, hem zijn clandestiene politieke pamfletten voorlas.”
“Haar teckel had nerveus aan de lijn gezeten die om haar moeders arm gedraaid zat, niet begrijpend waarom zijn baasje niet meer verderging.”
ERK-niveau
C2
Beheersing
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free