baas
Definities
Equivalenten
Voorbeelden
“De baas gaf instructies aan het personeel om de deadlines te halen⟳.”
The boss gave instructions to the staff to meet the deadlines.
“Hij is de baas van het bedrijf en neemt de belangrijke beslissingen.”
He is the chief of the company and makes the important decisions.
“De projectleider is de baas van het projectteam en stuurt de werkzaamheden aan.”
The project manager is the superior of the project team and oversees the work.
“Als baas van het bedrijf is hij verantwoordelijk voor het aannemen van nieuw personeel.”
As an employer of the company, he is responsible for hiring new employees.
“De baas van het team is altijd beschikbaar om de medewerkers te ondersteunen⟳.”
The manager of the team is always available to support the employees.
“Hij is een echte baas in het oplossen van complexe wiskundige vraagstukken.”
He is a real master at solving complex mathematical problems.
“Zij is een baas in het bespelen⟳ van de viool en heeft vele prijzen⟳ gewonnen.”
She is an expert at playing the violin and has won many awards.
“Dat is echt een baas van een auto, met veel vermogen⟳ en luxe.”
That's really a whopper of a car, with lots of power and luxury.
“Hij heeft een baas van een huis laten⟳ bouwen⟳, met een enorm zwembad en een grote tuin.”
He had a whopper of a house built, with a huge swimming pool and a large garden.
“Onze chef voelt zich een heel baasje.”
“Hondenpoep dient door het baasje opgeruimd te worden⟳.”
“In Nederland duurde die oorlog van het jaar 1940 tot 1945. Nederland was bezet door Duitsland. De Duitsers waren⟳ de baas over Nederland. Het was een heel moeilijke tijd. Er vielen veel doden⟳. Ieder jaar worden⟳ de slachtoffers van de oorlog herdacht op 4 mei. En ieder jaar wordt op 5 mei gevierd dat Nederland een vrij land is.”
“Mentaal sterke mensen: Vermijden⟳ zelfmedelijden; Zijn⟳ de baas over hun eigen emoties; Lopen⟳ niet weg voor veranderingen;”
ERK-niveau
A1
Beginner
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
Zie ook
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free