HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← halen — definition

Conjugation of halen

Regular CEFR A1
ˈɦaːlə(n)

ergens heengaan met als doel om iets of iemand mee terug te brengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik haal
jij / je haalt
hij / zij / het haalt
wij / we halen
jullie halen
zij / ze halen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik haalde
jij / je haalde
hij / zij / het haalde
wij / we haalden
jullie haalden
zij / ze haalden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik hale
jij / je hale
hij / zij / het hale
wij / we halen
jullie halen
zij / ze halen
Aanvoegende wijs — verleden
ik haalde
jij / je haalde
hij / zij / het haalde
wij / we haalden
jullie haalden
zij / ze haalden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij haal
jullie (archaïsch) haalt

Onbepaalde vormen

Infinitief
halen
Tegenwoordig deelwoord
halend
Voltooid deelwoord
gehaald

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary