HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bespelen — definición

Conjugation of bespelen

Regular CEFR C2
/bəˈspeːlə(n)/

iemand tot iets aanzetten, invloed hebben op Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bespeel
jij / je bespeelt
hij / zij / het bespeelt
wij / we bespelen
jullie bespelen
zij / ze bespelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bespeelde
jij / je bespeelde
hij / zij / het bespeelde
wij / we bespeelden
jullie bespeelden
zij / ze bespeelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bespele
jij / je bespele
hij / zij / het bespele
wij / we bespelen
jullie bespelen
zij / ze bespelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bespeelde
jij / je bespeelde
hij / zij / het bespeelde
wij / we bespeelden
jullie bespeelden
zij / ze bespeelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bespeel
jullie (archaïsch) bespeelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bespelen
Tegenwoordig deelwoord
bespelend
Voltooid deelwoord
bespeeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary