HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bespeuren — definición

Conjugation of bespeuren

Regular CEFR C2
/bəˈspøːrə(n)/

met aanzienlijke moeite waarnemen, bemerken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bespeur
jij / je bespeurt
hij / zij / het bespeurt
wij / we bespeuren
jullie bespeuren
zij / ze bespeuren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bespeurde
jij / je bespeurde
hij / zij / het bespeurde
wij / we bespeurden
jullie bespeurden
zij / ze bespeurden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bespeure
jij / je bespeure
hij / zij / het bespeure
wij / we bespeuren
jullie bespeuren
zij / ze bespeuren
Aanvoegende wijs — verleden
ik bespeurde
jij / je bespeurde
hij / zij / het bespeurde
wij / we bespeurden
jullie bespeurden
zij / ze bespeurden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bespeur
jullie (archaïsch) bespeurt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bespeuren
Tegenwoordig deelwoord
bespeurend
Voltooid deelwoord
bespeurd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary