HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← noemen — definición

Conjugation of noemen

Regular CEFR A2
/ˈnumə(n)/

vermelden door het uitspreken van de naam Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik noem
jij / je noemt
hij / zij / het noemt
wij / we noemen
jullie noemen
zij / ze noemen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik noemde
jij / je noemde
hij / zij / het noemde
wij / we noemden
jullie noemden
zij / ze noemden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik noeme
jij / je noeme
hij / zij / het noeme
wij / we noemen
jullie noemen
zij / ze noemen
Aanvoegende wijs — verleden
ik noemde
jij / je noemde
hij / zij / het noemde
wij / we noemden
jullie noemden
zij / ze noemden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij noem
jullie (archaïsch) noemt

Onbepaalde vormen

Infinitief
noemen
Tegenwoordig deelwoord
noemend
Voltooid deelwoord
genoemd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary