Betekenis van schieten | Babel Free
/ˈsxitə(n)/Voorbeelden
“De soldaat begon te schieten toen hij de vijand zag.”
The soldier began to shoot when he saw the enemy.
“De jager schoot een hert tijdens het jachtseizoen.”
The hunter shot a deer during hunting season.
“Hij schoot door de gang om de trein te halen.”
He rushed through the corridor to catch the train.
“De voetballer schoot de bal in het doel.”
The soccer player kicked the ball into the goal.