HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← schuilen — definition

Conjugation of schuilen

Regular CEFR C1
ˈsxœy̯.lən

ongezien aanwezig zijn Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik schuil
jij / je schuilt
hij / zij / het schuilt
wij / we schuilen
jullie schuilen
zij / ze schuilen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik school
jij / je school
hij / zij / het school
wij / we scholen
jullie scholen
zij / ze scholen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik schuile
jij / je schuile
hij / zij / het schuile
wij / we schuilen
jullie schuilen
zij / ze schuilen
Aanvoegende wijs — verleden
ik schole
jij / je schole
hij / zij / het schole
wij / we scholen
jullie scholen
zij / ze scholen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij schuil
jullie (archaïsch) schuilt

Onbepaalde vormen

Infinitief
schuilen
Tegenwoordig deelwoord
schuilend
Voltooid deelwoord
gescholen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary