HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← schieten — definition

Conjugation of schieten

Regular CEFR A2
ˈsxitə(n)

de bal een trap geven (bv. in het voetbal) of een slag geven (bv. met een hockeystick) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik schiet
jij / je schiet
hij / zij / het schiet
wij / we schieten
jullie schieten
zij / ze schieten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik schoot
jij / je schoot
hij / zij / het schoot
wij / we schoten
jullie schoten
zij / ze schoten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik schiete
jij / je schiete
hij / zij / het schiete
wij / we schieten
jullie schieten
zij / ze schieten
Aanvoegende wijs — verleden
ik schote
jij / je schote
hij / zij / het schote
wij / we schoten
jullie schoten
zij / ze schoten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij schiet
jullie (archaïsch) schiet

Onbepaalde vormen

Infinitief
schieten
Tegenwoordig deelwoord
schietend
Voltooid deelwoord
geschoten

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary