HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

hotel

Zelfstandig naamwoord CEFR A2 Common
ɦoːˈtɛl

Definities

  1. gebouw waar men tegen betaling kan eten en overnachten, meestal grootschaliger, duurder en luxueuzer dan bijv. een herberg of hostel
  2. tijdelijk onderkomen voor (huis)dieren, als bijv. de eigenaars eigen tijd weg zijn; dierenpension
  3. gebouw v.e. gezantschap
  4. spelwoord van het ITU/NAVO-spellingalfabet voor de letter h

Equivalenten

Englishhotel
Españolhotel
Françaishôtel
14 andere talen
Bosanskihotel
Catalàhotel
Češtinahotel
DeutschHotel
Ελληνικάξενοδοχείο
Suomihotelli
Hrvatskihotel
Bahasa Indonesiahotel
Kurdîhotel
Polskihotel
Portuguêshotel
Српскиhotel
Svenskahotell

Voorbeelden

Een hotel aan het strand.”
“Er kwamen meer badkoetsen, de Badhuisweg werd aangelegd om de stad te verbinden met de badplaats en er werd een hotel gebouwd: het Grand Hotel des Bains, dat in 1886 feestelijk werd geopend.”
“`Heeft het hotel een nieuwe eigenaar?' vroeg ik. `Onlangs is Grand Hotel Europa overgegaan in Chinese handen,'zei hij. 'De nieuwe eigenaar heet meneer Wang. Het gaat om een recente ontwikkeling die we op dit moment onmogelijk kunnen beoordelen.”
“In 2008 openenden Jonnie en Thérèse Boer een hotel in een voormalige gevangenis in Zwolle

ERK-niveau

A2
Elementair
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
See all A2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk hotel gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free