partner
Definities
- iemand met wie men gezamenlijk iets onderneemt of handel drijft, zakenpartner, handelspartner
- deelgenoot in spelen, speelgenoot, mededanser
- iemand met wie men een vaste (huwelijkse of romantische) relatie heeft
Equivalenten
24 andere talen
Българскисо́бственик
বাংলামালিক
Bosanskipartner
DeutschAlleininhaberBesitzerBesitzerinEhepartnerEhepartnerinEigentümerEinzelinhaberGeschäftspartnerGeschäftspartnerinInhaberInhaberinMitinhaberPartnerPartnerinSpielpartnerSpielpartnerinTanzpartnerTanzpartnerin
Ελληνικάιδιοκτήτης
Gaeilgeúinéir
Hrvatskipartner
Magyartulajdonos
Հայերենտեր
Italianoproprietario
Kurdîpartner
Te Reo Māorirangatira
Bahasa Melayupemilik
Românăproprietar
Српскиpartner
Voorbeelden
“Mijn partner en ik zijn⟳ al tien jaar samen.”
My partner and I have been together for ten years.
“Ze zocht naar een geschikte partner om mee te settelen⟳.”
She was looking for a suitable love interest to settle down with.
“In zaken is het belangrijk om een betrouwbare partner te hebben⟳.”
In business, it's important to have a reliable partner.
“Hij werd mijn partnertje in ons kleine startup-avontuur.”
He became my little business companion in our small startup adventure.
“Zijn⟳ partners waren⟳ niet bereid nog meer geld in de zaak te steken⟳.”
“Komt uw partner ook mee?”
“Door tijdelijk afstand van je vertrouwde leven⟳ te nemen⟳ en door zonder je partner op pad te gaan⟳, krijg je tijd en ruimte om je leven⟳ vanuit een fris perspectief te bekijken⟳, om de keuzes die je hebt gemaakt te analyseren⟳ en de tijd die voor je ligt te overdenken⟳.”
ERK-niveau
A2
Elementair
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free