HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← leven — definición

Conjugation of leven

Regular CEFR A1
/ˈleːvə(n)/

het doormaken van het leven, het doormaken van de periode tussen geboorte en dood Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik leef
jij / je leeft
hij / zij / het leeft
wij / we leven
jullie leven
zij / ze leven
Verleden tijd (o.v.t.)
ik leefde
jij / je leefde
hij / zij / het leefde
wij / we leefden
jullie leefden
zij / ze leefden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik leve
jij / je leve
hij / zij / het leve
wij / we leven
jullie leven
zij / ze leven
Aanvoegende wijs — verleden
ik leefde
jij / je leefde
hij / zij / het leefde
wij / we leefden
jullie leefden
zij / ze leefden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij leef
jullie (archaïsch) leeft

Onbepaalde vormen

Infinitief
leven
Tegenwoordig deelwoord
levend
Voltooid deelwoord
geleefd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary