Betekenis van trouwen | Babel Free
ˈtrɑu̯ə(n)Definities
Voorbeelden
“Ze zijn gisteren getrouwd.”
They married yesterday.
“Wil je met me trouwen?”
Will you marry me?
“Op 3 juli ga ik trouwen met mijn vriendin.”
“Ik heb nooit alleen gewoond, ik ben altijd met anderen op pad en ik ga met mijn gezin op vakantie of met vrienden een weekendje weg. Een doodgewone veertiger met een eigen bedrijf, twintig jaar getrouwd, vader van drie, die elke zondag het gras maait.”
“Wat was het probleem? Oorlog was oorlog, maar dat zou jonge mensen er niet van moeten weerhouden te trouwen, eerder andersom.”
“Dat is de dominee die ons getrouwd heeft.”
ERK-niveau
A2
Elementair
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free