HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van trouwen | Babel Free

Werkwoord CEFR A2 Common
ˈtrɑu̯ə(n)

Definities

  1. het aangaan van een officiële verplichting tussen twee personen om voor elkaar te zorgen
    ergative
  2. twee personen in de echt verbinden
    transitive

Voorbeelden

“Ze zijn gisteren getrouwd.”

They married yesterday.

“Wil je met me trouwen?”

Will you marry me?

“Op 3 juli ga ik trouwen met mijn vriendin.”
“Ik heb nooit alleen gewoond, ik ben altijd met anderen op pad en ik ga met mijn gezin op vakantie of met vrienden een weekendje weg. Een doodgewone veertiger met een eigen bedrijf, twintig jaar getrouwd, vader van drie, die elke zondag het gras maait.”
“Wat was het probleem? Oorlog was oorlog, maar dat zou jonge mensen er niet van moeten weerhouden te trouwen, eerder andersom.”
“Dat is de dominee die ons getrouwd heeft.”

ERK-niveau

A2
Elementair
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
See all A2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk trouwen gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free