Betekenis van dominee | Babel Free
ˈdoːmineːDefinities
- voorganger van een protestantse eredienst
- leider van een religieuze gemeenschap
-
benaming voor sommige vogelsoorten die een zwart verenkleed met een witte borst hebben figuratively
-
beflijster, Turdus torquatus figuratively
-
aalscholver Phalacrocorax carbo figuratively
-
witkopwatertiran Arundinicola leucocephala figuratively, obsolete
-
benaming voor het mannetje dat de leider is van een groep brulapen Alouatta macconnelli figuratively
Equivalenten
English
minister
Voorbeelden
“De dominee staat op de kansel.”
“'O,' zegt ze, met de dictie van een dominee.”
“De dominee komt zelf van buiten de gemeente: „Als predikant ben ik onder de mensen, mijn beroep is vertrouwen. (…)"”
“Volgens de Javaanse traditie werd aan de KAUM (Javaanse dominee) advies gevraagd welke dag het meest geschikt zou zijn.”
“Zoolstra ving naar eigen zeggen alle lijstersoorten: de merel (het mannetje heet ‘zwarte lijster’, het vrouwtje ‘boekweitgrauwe’), beflijster (‘dominee’), zanglijster (‘noordmannekes’), koperwiek (‘oostmannekes’) en grote lijster.”
“Aalscholvers die met gespreide vleugels op paaltjes zitten werden door de Scheldevissers vaak vergeleken met predikende religieuzen. De katholieken noemden de vogel daarom ook ‘dominee’, de protestanten hielden het op ‘paster’.”
“De Soeur of Dominee zit altijd laag en vlakbij water en de beste plaats om ze te treffen is in een wat groter zoetwatermoeras.”
“Het gehuil lijkt ons misschien een ongeorganiseerde boel, maar in werkelijkheid zit er toch wel lijn in. „De domri [dominee] is de koorleider”, zei Raymond, een goudzoeker die de brulapen rondom zijn kamp observeerde.”
ERK-niveau
B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free