HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← treffen — definition

Conjugation of treffen

Regular CEFR B2
ˈtrɛfə(n)

raak schieten; raken en daardoor kapot of beschadigd worden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik tref
jij / je treft
hij / zij / het treft
wij / we treffen
jullie treffen
zij / ze treffen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik trof
jij / je trof
hij / zij / het trof
wij / we troffen
jullie troffen
zij / ze troffen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik treffe
jij / je treffe
hij / zij / het treffe
wij / we treffen
jullie treffen
zij / ze treffen
Aanvoegende wijs — verleden
ik troffe
jij / je troffe
hij / zij / het troffe
wij / we troffen
jullie troffen
zij / ze troffen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij tref
jullie (archaïsch) treft

Onbepaalde vormen

Infinitief
treffen
Tegenwoordig deelwoord
treffend
Voltooid deelwoord
getroffen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary