HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van zondag | Babel Free

Zelfstandig naamwoord mannelijk CEFR B1 Frequent
ˈzɔndɑx

Definities

een dag van de week die na zaterdag en voor maandag komt

Equivalenten

English Sunday

Voorbeelden

“Op zondag gaan we altijd naar de kerk.”

On Sunday we always go to church.

“Zondagen zijn perfect voor familiebijeenkomsten.”

Sundays are perfect for family gatherings.

“We hadden een lui zondagje thuis.”

We had a lazy Sunday at home.

“Zondag is de tweede dag van het weekend.”
“Zondag is de eerste dag van de week.”
“Een doodgewone veertiger met een eigen bedrijf, twintig jaar getrouwd, vader van drie, die elke zondag het gras maait.”
“Het geld dat ze onder het houtsnijwerk heeft gepropt moet zijn weggehaald, want ze had het er ruim vóór de zondag verstopt.”

ERK-niveau

B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
See all B1 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk zondag gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free