Betekenis van zondag | Babel Free
ˈzɔndɑxEquivalenten
English
Sunday
Voorbeelden
“Op zondag gaan we altijd naar de kerk.”
On Sunday we always go to church.
“Zondagen zijn perfect voor familiebijeenkomsten.”
Sundays are perfect for family gatherings.
“We hadden een lui zondagje thuis.”
We had a lazy Sunday at home.
“Zondag is de tweede dag van het weekend.”
“Zondag is de eerste dag van de week.”
“Een doodgewone veertiger met een eigen bedrijf, twintig jaar getrouwd, vader van drie, die elke zondag het gras maait.”
“Het geld dat ze onder het houtsnijwerk heeft gepropt moet zijn weggehaald, want ze had het er ruim vóór de zondag verstopt.”
ERK-niveau
B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free