Betekenis van maandag | Babel Free
ˈmaːn.dɑxDefinities
een dag van de week, de eerste dag na het weekeinde
Voorbeelden
“Op maandag begin ik altijd vroeg met werken.”
I always start working early on Monday.
“De maandagen zijn het drukst in de sportschool.”
The Mondays are the busiest at the gym.
“Ik heb een leuk maandagje gehad.”
I had a nice Monday.
“Maandag is de meest gehate dag van de week.”
“Op maandag - mijn eigenlijke verjaardag - liet ik aan het eind van de middag een uitgetypt kort verhaal op Quicks bureau achter.”
“Snelbussen ingezet: Dit weekend worden tussen Groningen en omliggende stations snelbussen ingezet. In de meeste richtingen rijden vanaf maandag weer treinen, maar van 14 juni tot en met 12 juli gaat het station opnieuw dicht. Op de laatste dagen wordt in vrijwel de hele provincie het treinverkeer stilgelegd.”
ERK-niveau
B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free