HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← treinen — definition

Conjugation of treinen

Regular CEFR C1
ˈtrɛinə(n)

met de trein reizen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik trein
jij / je treint
hij / zij / het treint
wij / we treinen
jullie treinen
zij / ze treinen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik treinde
jij / je treinde
hij / zij / het treinde
wij / we treinden
jullie treinden
zij / ze treinden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik treine
jij / je treine
hij / zij / het treine
wij / we treinen
jullie treinen
zij / ze treinen
Aanvoegende wijs — verleden
ik treinde
jij / je treinde
hij / zij / het treinde
wij / we treinden
jullie treinden
zij / ze treinden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij trein
jullie (archaïsch) treint

Onbepaalde vormen

Infinitief
treinen
Tegenwoordig deelwoord
treinend
Voltooid deelwoord
getreind

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary