Betekenis van middag | Babel Free
ˈmɪ.dɑxDefinities
- het midden van de dag, 12.00
- het gedeelte van de dag tussen 12.00 en 18.00 uur; namiddag
-
het midden van het leven figuratively
Voorbeelden
“Ik eet meestal rond middag.”
I usually eat around midday.
“De zon staat hoog aan de hemel rond middag.”
The sun is high in the sky around noon.
“De klokken luiden elke middag.”
The bells ring every noon.
“Op zondag middag ga ik naar het park.”
On Sunday afternoon, I go to the park.
“Het wordt drukker in de stad tijdens de middag.”
The city gets busier during the afternoon.
“De kinderen spelen buiten in de middag.”
The children play outside in the afternoon.
“In het hele taalgebied verwijst middag naar het midden van de dag, het middaguur.”
“In de middag zijn de meeste mensen nog aan het werk.”
“De periode van de dag die men in Nederland als middag aanduidt, wordt in België meestal namiddag genoemd.”
“Die middag loopt Nella langzaam door de gangen.”
“De familie zette ons die middag af bij de start van onze route en nam hartelijk afscheid van ons.”
ERK-niveau
B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Zie ook
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free