HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← luiden — definición

Conjugation of luiden

Regular CEFR C2
/ˈlœy̯.də(n)/

het weerklinken van het geluid van een klok Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik luid
jij / je luidt
hij / zij / het luidt
wij / we luiden
jullie luiden
zij / ze luiden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik luidde
jij / je luidde
hij / zij / het luidde
wij / we luidden
jullie luidden
zij / ze luidden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik luide
jij / je luide
hij / zij / het luide
wij / we luiden
jullie luiden
zij / ze luiden
Aanvoegende wijs — verleden
ik luidde
jij / je luidde
hij / zij / het luidde
wij / we luidden
jullie luidden
zij / ze luidden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij luid
jullie (archaïsch) luidt

Onbepaalde vormen

Infinitief
luiden
Tegenwoordig deelwoord
luidend
Voltooid deelwoord
geluid

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary